Het lichaam als metafoor

Het menselijk lichaam  als metafoor.

 

Je kunt een menselijk orgaan waarnemen en beschrijven zoals het zich uiterlijk aan je voordoet. En met een beetje anatomische achtergrond herken je een orgaan als de lever of de nier vrij eenvoudig. Met een deel van een orgaan of een microscopisch plaatje van het weefsel wordt het al een stuk moeilijker. Maar waar een orgaan voor dient is, ook voor een wetenschapper, al helemaal ingewikkeld te zien aan de uiterlijke vorm. Daarvoor is de context belangrijk: waar in het lichaam bevindt het zich en wat doet het daar. Dan moet je het orgaan zien "bewegen". De plaats en de functie in het totaal van het menselijk lichaam geeft een orgaan betekenis en maakt het belangrijk. Als het over het levende, functionerende organisme gaat is de betekenis van een orgaan eigenlijk belangrijker dan zijn anatomische uiterlijk en structuur. Sterker nog: uit die betekenis kan de structuur begrepen worden.

Bovenstaande geldt niet alleen voor een orgaan, maar beschrijft een proces dat zich op elk niveau van het lichaam voltrekt. Steeds is in de opbouw van een organisme een hoger niveau betekenisvoller dan het niveau dat zich daar vonder bevindt. Atomen krijgen betekenis in de vorming van het molecuul, moleculen in de vorming van substanties als eiwitten of vetten, substanties als bouwstenen voor weefsels, weefsels als elementen in een orgaan, organen als "onderdelen" van een levend lichaam en een lichaam als de behuizing van een persoon. En een mens is ook maar een mens, als hij geen deel uitmaakt van een gemeenschap van mensen en als mens iets voorstelt in relatie tot anderen. Zo wordt een mens als persoon herkenbaar wanneer hij aan de totaliteit  van de samenleving zijn bijdrage levert. Leven is op elk niveau betekenis geven en als er iets aan de hand is met die betekenis, d.w.z. wanneer die betekenis schade heeft opgelopen en dus aan kracht heeft ingeboet, heeft dat consequenties voor de kwaliteit van het leven. "Ik voel me waardeloos" is dan een veelzeggende uitspraak.

Hoe kun je er een voorstelling bij hebben, wanneer je spreekt over afname van betekenis of verlies van waarde. Een in medische zin aansprekend voorbeeld is een ziek orgaan. Om de een of andere reden, een ontsteking of een gezwelsziekte,  functioneert een orgaan niet, wat in het uiterste geval kan leiden tot desintegratie van weefsel. Of denk aan een ledemaat, dat, ter heling van een fractuur, voor enkele weken is ingegipst en er veel dunner uitkomt dan het er is in gegaan. Het zieke orgaan of het immobiele been functioneert niet, verliest dus binnen het totale organisme betekenis, wat consequenties heeft voor de lagere regionen, de anatomisch waarneembare organen, m.n. de spieren. Op den duur leidt dat eventueel tot desintegratie van het weefsel, necrose en versterf.

Wanneer het lichaam zo bekeken wordt, kun je het opvatten als een verzameling samenwerkende, geïntegreerde betekenissen. Organen hebben betekenis voor elkaar en voor de weefsels etc. waaruit ze zijn opgebouwd. Het gaat hierbij niet om betekenissen in algemene zin, maar om specifieke "waarden". Iets, variërend van een boterham tot  een gedicht van Morgenstern, heeft in de regel betekenis voor mij omdat ik er behoefte aan heb en erdoor geïnspireerd raak. Het roept iets in mij op, herinnert me ergens aan of zet me ergens toe aan. Dat iets betekenis voor mij heeft, geeft aan dat het voor mij iets bijzonders is. En daar komt nog bij dat ik die betekenis onder woorden kan brengen. Ik kan uitleggen dat ik een enorme honger heb of innerlijk rust vind in een speciaal gedicht.

Vaak blijkt overigens dat de uiterlijke beschrijving van bijvoorbeeld een orgaan ontoereikend is om de betekenis echt goed onder woorden te brengen. Het gebruik maken van een beeld ( ik heb honger als een paard!) of een vergelijking biedt dan uitkomst. Onze taal wemelt zo van de beelden, die we dagelijks gebruiken om aan elkaar betekenissen over te brengen. Op die manier ontstaat een "efficiënte" communicatie. Een beeld ontleent zijn grote kracht aan het feit dat het zowel een uiterlijk herkenbaar plaatje biedt als een bepaalde dynamiek zichtbaar maakt. Het gebruik van een beeld of metafoor maakt direct duidelijk waar het over gaat. Wanneer je zegt dat iemand vertrok "als een pijl uit de boog", zie je voor je geestesoog een herkenbare  pijl gaan, vergezeld van een gevoel van snelheid. Dit is een interessante en invoelbare manier om iemands vertrek te beschrijven, en pregnanter  dan melden dat iemand hard wegliep. Het beeld van de pijl uit de boog is feitelijkheid, n.l. de snelheid in kilometers per uur, en gevoel van de grote haast ineen.

Een beeld of, in de taal een metafoor, is dus een mogelijkheid om van een voorwerp, een proces of een gebeurtenis, vorm en functie tegelijkertijd tot beleving te brengen.

Hoe invoelbaar een beeld echter is, de realiteit is nog iets anders. De hierboven genoemde hardloper ís geen pijl en hoe hongerig ik ook ben, ik zal er nooit als een paard uit gaan zien. Een metafoor blijft een vergelijking, hoe behulpzaam in de communicatie hij ook is. Om een bruikbaar instrument te zijn in het therapeutisch proces, moet aan de metafoor, die we gebruiken om een, eventueel ziek, orgaan of een gestoorde lichaamsfunctie te karakteriseren, iets worden toegevoegd. De metafoor moet a.h.w. bevrijd worden van zijn alsof-karakter: het ziet er uit als…., ik voel me als, etc.  Hoe moet je je dat voorstellen? Ik geef een voorbeeld.

Soms duikt er uit een erfenis of vergeten slotkamer een schilderij op dat door een expert herkend wordt als afkomstig van de hand van een oude meester. Andere experts zijn dat  dan niet met de vinder eens, wat leidt tot een langdurige discussie omtrent de echtheid van het werk en de vraag aan wie het moet worden toegeschreven. Dan wordt zowel naar de fysieke kant van het doek gekeken, de soort verf, de oudheid van het hout van de lijst of de authenticiteit van de signatuur. Wat echter vaak de doorslag geeft is de algemene indruk  die het doek maakt. Een schilderij heeft een bepaald karakter, die nauw verbonden is met de identiteit van de schilder. De gebruikte verf etc. zijn wel belangrijk, maar niet  essentieel; in de tijd waarin het schilderij ontstaan is gebruikten waarschijnlijk elke schilder die verf. Wat het schilderij "echt" maakt is de manier waarop het gemaakt is. Het is beeld én werkelijkheid, materie en activiteit. En als vervolgens gezegd wordt dat het hier gaat om een echte Rembrandt, dan zal niemand dat ervaren als "lijkend op " een Rembrandt.

Het bovenstaande transponerend naar het lichaam betekent dit, dat hetgeen je bijvoorbeeld als therapeut ervaart aan een ziekteproces of een ziek orgaan, een even groot realiteitsgehalte heeft als het zieke orgaan zelf. Het woord "metafoor" behoeft dan misschien een vertaling, is niet meer het goede woord, omdat hieraan teveel het alsof-karakter kleeft. Een woord als "identiteit" of "wezen" is dan mogelijk meer adequaat. Zulke woorden roepen echter weer heel veel andere vragen op. Misschien moeten we het woord metafoor gewoon blijven gebruiken, maar ons realiseren dat het meer is dan een taalkundige vergelijking. Een metafoor leeft!

Het is uiteraard niet zo dat iedere therapeut er vervolgens maar op los kan gaan fantaseren in het diagnostisch en therapeutisch proces. Het moet in dat opzicht mogelijk zijn om het beeldvormende proces zo te objectiveren dat tot eensluidende karakteriseringen gekomen kan worden. De manier waarop in een heilpedagogisch instituut door een groep van therapeuten en begeleiding een cliënt besproken wordt, teneinde zijn ware zijn zichtbaar te maken en begeleiding en therapie vorm te geven, is daarvan een voorbeeld.

Belangrijk is hier dat de primaat hierbij niet ligt bij de stoffelijke verschijning van een ziekteproces, het anatomisch substraat, maar het karakter, het proces dat zich erin uitdrukt en zich zichtbaar maakt in het fysieke orgaan. De ziekte is niet dat wat het orgaan onder de microscoop laat zien, maar dat wat als gemankeerde beweging of gebaar ervaarbaar is en in een beeld, vergelijkbaar aan de metafoor, beschreven kan worden.

Waarom is dit belangrijk? In de reguliere zorg worden hulpverleners geconfronteerd met cliënten, die moeilijk te plaatsen klachten hebben. Zij hebben ergens last van, maar zonder dat dit lichamelijk te verklaren valt. Dit probleem wordt aangeduid met de term SOLK ( Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten). De term is relatief nieuw, maar het verschijnsel is al heel veel langer bekend, zij het onder andere benamingen. In de jaren tachtig werd het als psychosomatiek betiteld. Het gaat dus om mensen die klachten hebben die regulier onverklaarbaar zijn, en het is logisch dat deze klachten niet met reguliere middelen afdoende verholpen kunnen worden. In speciale SOLK-poliklinieken wordt wetenschappelijk onderzoek gedaan teneinde SOLK toch op een reguliere manier te begrijpen en te behandelen, maar de kans is aanwezig dat dit niet tot het gewenste resultaat leidt, omdat de klachten  van die grote groep cliënten weliswaar lichamelijk ervaren worden, maar niet (alleen) lichamelijk zijn. De klacht, pijn, of vermoeidheid  bijvoorbeeld, is de lichamelijke uiting van een proces, dat zich zelf op een hoger, in elk geval niet-lichamelijk niveau afspeelt. Het lijkt op een lichamelijk probleem, maar is het niet en is daarmee per definitie onverklaarbaar. Dat klopt in elk geval! Wanneer iemand je in het Duits iets vraagt en je geeft hem in het Frans antwoord, dan hapert de communicatie, m.a.w. wanneer het lichaam in de klacht iets meedeelt over het functioneren van de zieke persoon en je beperkt je aandacht tot het lichaam zelf, dan zoek je mogelijk op de verkeerde plaats. Spreken over SOLK is spreken over een communicatieprobleem.

Het is te overwegen om, zeker in geval van problematiek als SOLK, de klachten te gaan benaderen vanuit metaforen-kunde, een therapeutische invalshoek, die gebruik maakt van beelden en van daar uit aansluiting zoekt bij de belevingswereld van de cliënt. Wat drukt zich uit in de klacht)en) en hoe kan dat begrepen worden in het kader van de levenssituatie van de cliënt. Tenslotte is het dan spannend om te onderzoeken of dit nieuwe wegen opent om heling te bewerkstelligen en om bijvoorbeeld i.p.v. pijnstillers of antidepressiva de cliënt te laten werken met de beelden van de sprookjes, kunstzinnige therapie of werken in de tuin. Om met een oude strijdkreet te eindigen: ook in de geneeskunde de verbeelding aan de macht!